Herstel van visbestanden in Vlaamse waterlopen stagneert
Slechts 7% van de onderzochte meetplaatsen in Vlaamse waterlopen haalt een goede ecologische kwaliteit op basis van de visstand. Bovendien blijkt uit nieuwe INBO-cijfers dat de verbetering van de afgelopen jaren is stilgevallen.
De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat onze waterlopen een goede ecologische toestand moeten bereiken. Om die toestand te beoordelen, onderzoekt het INBO onder meer de visbestanden. Op basis daarvan berekenen we een ecologische kwaliteitsratio (EQR), met een score tussen 0 (slecht) en 1 (zeer goed).
Tijdens de nieuwste bemonsteringscyclus (2019–2024) onderzochten we 347 meetplaatsen. De resultaten tonen dat er nog werk aan de winkel is:
- Slechts 7% haalt een goede kwaliteit.
- 36% scoort matig.
- 34% heeft een ontoereikende kwaliteit.
- 23% krijgt een slechte beoordeling.
Op maar liefst 93% van de onderzochte locaties voldoet de visstand dus niet aan de doelstelling van een goede kwaliteit.
Eerdere vooruitgang valt stil
Tussen 2010–2012 en 2013–2018 verbeterde de gemiddelde visstandkwaliteit in Vlaanderen nog duidelijk: de EQR steeg van 0,316 naar 0,384. Die positieve evolutie heeft zich de afgelopen jaren echter niet doorgezet. In de periode 2019–2024 bedroeg de gemiddelde EQR 0,383, vrijwel identiek aan die van de vorige cyclus.
Ook de vergelijking van 342 meetplaatsen waarvoor gegevens uit beide laatste meetcycli beschikbaar zijn, bevestigt dat beeld. Op 52% van de locaties bleef de kwaliteit nagenoeg gelijk. Op 24% verbeterde ze, terwijl ze op een even groot aandeel achteruitging.
Nog een lange weg te gaan
Ondanks de eerdere vooruitgang blijft de gemiddelde ecologische kwaliteit op basis van de visstand in de klasse 'ontoereikend'. De resultaten maken duidelijk dat verdere inspanningen nodig zijn om de ecologische kwaliteit van onze waterlopen te verbeteren.