Beukenkronen vol zaad
De hitte en de droogte van afgelopen zomer hadden een impact op de gezondheidstoestand van verschillende boomsoorten. De vroege bladval bij beuk kwam meerdere keren in de pers.
Daarnaast viel bij beuk ook de zaadvorming op. In het bosvitaliteitsmeetnet (ICP Forests - Level I) bleek 52% van de beuken matige tot sterke zaadzetting te vertonen. Jaren met zo’n bovengemiddelde zaadproductie worden ‘mastjaren’ genoemd. Beuken die veel zaad vormen, vertonen een ijlere bladbezetting. Veel beuken lieten dan ook een schrale indruk na, zeker door de combinatie van zaadzetting en vroege bladval door droogtestress.
In de tweede helft van april stelden we in het meetnet voor de intensieve monitoring van het bosecosysteem (ICP Forests - Level II) massale bloei van de beuken vast, in combinatie met ideale weersomstandigheden voor de bestuiving. Ook in deze proefvlakken was er een goede zaadproductie. In de Level II-proefvlakken wordt een deel van de zaden verzameld voor biomassabepaling en chemische analyse. De jongste resultaten zijn nog niet bekend, maar het staat vast dat de proefvlakken in het Wijnendalebos en het Zoniënwoud zeer hoge cijfers behalen voor zaadproductie.
Klimaatverandering heeft een invloed op zowel het tijdstip van bladontluiking in de lente als op bladval in de herfst. Ook de bloei en zaadvorming worden door weersomstandigheden beïnvloed. Uit een recente publicatie blijkt dat verdere zaadproductie gegarandeerd is na een geslaagde bloei en bestuiving in het voorjaar, onafhankelijk van de droogte in de zomer of de herfst. Droogte kan wel een negatief effect hebben op de kiemkracht van zaden en de overleving van zaailingen, wat de kansen op een geslaagde natuurlijke verjonging beperkt.
Geert Sioen, Arne Verstraeten