Data, Monitoring en Infrastructuur

Fysieke onderzoeksinfrastructuur

I. op de INBO vestigingen

Laboratoria

  • Analytisch laboratorium
  • Moleculair-genetisch laboratorium
  • Fytopathologisch laboratorium

Kwekerijen

Collecties

De INBO-collectie is de verzameling van 10 INBO-deelcollecties. Van deze 10 INBO-deelcollecties zijn er 8 onderzoeksdeelcollecties en 2 didactische deelcollecties.

De INBO-collectie is ingedeeld in INBO-deelcollecties op basis van beheer: het is gewoonlijk een combinatie van specimen-type en context (bv. INBO-team, INBO-laboratorium) waar de deelcollectie is ontstaan en wordt beheerd.

De 8 INBO-onderzoeksdeelcollecties zijn:

  1. Het INBO-bodemarchief
  2. De INBO-plant-analytische-collectie
  3. De INBO-DNA-collectie
  4. De INBO-levende-plantencollectie
  5. De INBO-zaadbank
  6. De INBO-stamschijven
  7. De INBO-zoogdierweefselcollectie
  8. De INBO-visweefselcollectie

De 2 INBO didactische deelcollecties zijn:

  1. De INBO-viscollectie
  2. De INBO-opgezette-dieren-collectie

 

II. Op het terrein

III. Beleid rond bruiklenen van INBO-specimens voor educatieve doeleinden

Omdat “educatie” breed kan geïnterpreteerd worden, gebruiken we bij INBO zes criteria om aanvragen tot bruiklenen van INBO-specimens af te toetsen:

1. Het publieke en toegankelijke karakter (wie kijkt er?)

  • Wel: Het evenement of de locatie is openbaar toegankelijk of ingebed in een erkende structuur (bijv. een bezoekerscentrum van een natuurgebied, een museum).
  • Niet: Besloten kringen, huiskamerlezingen, privéverzamelingen, of commerciële settings waar het INBO-specimen louter als 'publiekstrekker' (decoratie) dient.

2. Het aantoonbare lesdoel (wat leert men?)

  • Wel: Een officiële infocampagne over biodiversiteit, CITES-wetgeving, Europees beleid rond bedreigde soorten, de terugkeer van de wolf, …
  • Niet: "Ik zet hem neer en mensen mogen vragen stellen." Het INBO-specimen enkel inzetten als 'mooi plaatje' of achtergronddecor zonder actieve kennisoverdracht, is onvoldoende reden om een bruikleen goed te keuren.

3. De kwalificatie van de aanvrager (wie spreekt er?)

  • Wel: De particulier is een erkende natuur- of milieuorganisatie, een museum, ...
  • Niet: Een hobbyist of jager die op persoonlijke titel het specimen wil tentoonstellen.

4. Geen winstoogmerk (niet commercieel)

  • Wel: Toegangsprijzen van erkende musea of bezoekerscentra die dienen ter dekking van de algemene werkingskosten of de exploitatie van een breder opgezette tentoonstelling (zonder winstoogmerk).
  • Niet: Commerciële evenementen, beurzen, of situaties waarbij specifiek of extra entreegeld wordt gevraagd om het INBO-specimen te bezichtigen. De aanwezigheid van het INBO-specimen mag niet direct of indirect bijdragen aan de winstgeneratie van een commerciële partij.

5. Tijdsduur en Continuïteit (Duurzaam Educatief Rendement)

  • Wel: Er is sprake van een permanente of langlopende tentoonstelling met een minimale looptijd van 6 maanden. Het object heeft een vaste, beveiligde standplaats en is structureel ingebed in de dagelijkse publiekswerking (zoals de vaste opstelling van een bezoekerscentrum of een grote halfjaarlijkse expo in een museum).
  • Niet: Kortstondige evenementen, tijdelijke projecten van enkele weken, reizende tentoonstellingen die vaak verhuizen, of pop-up locaties.
    Doel: Maximale educatieve exposure met minimale transportrisico's.

6. Behoud

  • Wel: Het specimen staat buiten direct bereik van het publiek (aanraking is niet mogelijk), buiten direct zonlicht, in een klimaatgecontroleerde of stabiele droge ruimte. Er is een transportprotocol (bijv. transport in een op maat gemaakte kist).
  • Niet: Het INBO-specimen mag vrij worden aangeraakt (aanraakbaar educatief materiaal is een apart type collectie), staat in een vochtige tent, of wordt onbeschermd blootgesteld aan UV-licht, …

Aanvraagprocedure rond bruiklenen van INBO-specimens voor educatieve doeleinden

Zowel voor interne als externe vragen tot bruiklenen voor educatie, dienen de aanvragers een aanvraagformulier in te vullen zodat de collectiebeheerders en collega’s kunnen beslissen of het geplande gebruik ter educatie in lijn is met het beleid:

Met vragen kan je terecht bij onze verantwoordelijke collectiebeheer.