35 jaar vlindermonitoring in Vlaanderen
In 1991 begon Vlaanderen, samen met Nederland, met het gestandaardiseerd monitoren van dagvlinders. Momenteel tellen we in Vlaanderen op slechts een 20-tal vaste transecten dagvlinders. In 2016 kwam daar wel het meetnet voor Vlaams prioritaire dagvlinders bij. Daardoor slagen we erin om trends te bepalen voor 21 algemene dagvlinders. Sinds het begin van de tellingen werden maar liefst 434.480 vlinders geteld, verdeeld over 56 verschillende soorten.
In de periode 1991-2025 zien we:
- vijf duidelijke verliezers: groot dikkopje, kleine vos, koevinkje, oranje zandoogje en zwartsprietdikkopje
- drie duidelijke winnaars: atalanta, bont zandoogje en citroenvlinder
- zeven soorten die min of meer stabiel blijven, zoals de dagpauwoog en het oranjetipje
- zes soorten met grote schommelingen, bijvoorbeeld het boomblauwtje en de kleine vuurvlinder
Graslandvlinders gaan met gemiddeld 58% achteruit. Dat is vermoedelijk te wijten aan de teloorgang van schrale, bloemrijke graslanden door habitatverlies en stikstofdepositie. Bosgerelateerde soorten namen sterk toe in de periode 2000-2017, maar blijven sindsdien min of meer stabiel.
De Vlaamse trends liggen volledig in lijn met die in andere Europese landen. Om ons natuurbeleid nog sneller en betrouwbaarder te kunnen bijsturen, is een uitbreiding van het aantal monitoringsroutes wenselijk.
Beeld boven: Het oranje zandoogje neemt beduidend af op de vlinderroutes in Vlaanderen (foto: Dirk Maes)