Nieuwsbrief mei 2026

Nieuwe inzichten uit de Scheldemonitoring

De nieuwste rapportage over de monitoring van het Schelde-estuarium (MONEOS) toont verschillende ontwikkelingen. De meeste leefgebieden in de lagere Schelde blijven stabiel, terwijl stroomopwaarts het schor toeneemt en het totale estuariumoppervlak groeit door natuuruitbreidingen (Sigmaplan). Een opvallend effect is de verzilting, waardoor zoetwaterschorren brakker worden. Dit resulteert in minder bos en zoetwaterplanten, maar meer brakke rietvegetatie.

In 2023 zagen we een recordaantal bodemdieren (uitgedrukt in biomassa) sinds de start in 2008. Dit kan verband houden met een recente daling in het aantal garnalen en steurgarnalen. Die prederen op bodemdieren, vooral in de overgangszone van zout naar zoet.

In 2024 noteerden we bij de vissen het laagste aantal soorten sinds 2009. Spiering is opnieuw weinig aanwezig, maar er zijn recordaantallen grondels en we vingen een nieuwe, niet-inheemse soort: de shimofurigrondel. Positief is dat de langetermijndaling van overwinterende watervogels is gekeerd. Die duidelijke toename hangt samen met de stijging van het aantal bodemdieren.

Tot slot neemt de erosie van de oevers toe, met intensivering in de zoete zone in 2025. Nader onderzoek is hier nodig.

Gunther Van Ryckegem

Meer lezen: Van Ryckegem, G., et. al. (2025). MONEOS‐ Geïntegreerd datarapport INBO: Toestand Zeeschelde 2024. onitoringsoverzicht en 1ste lijnsrapportage Geomorfologie, diversiteit Habitats en diversiteit Soorten. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek 2025 (Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek 2025 (73)). Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek, Brussel. DOI: 10.21436/inbor.135546610

Opgelet

  • {{validation.errorMessage}}