Overslaan en naar de inhoud gaan
Cultuur Cultuur

De economische waarde van cultuur

Wanneer we het hebben over cultuur en economie vertrekken we van de premisse dat cultuur zowel een intrinsieke (artistiek-inhoudelijke) waarde heeft, als een extrinsieke (economische en maatschappelijke) waarde heeft. Dit wordt onder meer grondig beschreven in het onderzoek De Waarde van Cultuur.  

Cultuur staat niet los van het economische weefsel waar het deel van uitmaakt. Ondanks dat er heel wat economische activiteiten ontplooid worden, is een specifieke benadering voor de cultuursector toch aangewezen. Loopbanen en verdienmodellen in de cultuursector zijn immers vaak anders dan in de traditionele economie.

Cultuur is deel van het bredere culturele en creatieve veld dat als de culturele en creatieve sectoren (CCS) omschreven wordt. De culturele en creatieve sectoren zijn economisch belangrijk voor Vlaanderen. Volgens de laatste mapping creëert deze sector werk voor 10,45% van het totaal aantal zelfstandigen (in hoofdberoep) en vertegenwoordigt ze 6,30% van het totaal aantal VTE werknemers in Vlaanderen. De CCS draagt 5,60% bij aan de bruto toegevoegde waarde van de Vlaamse economie. Brussel Hoofdstedelijk Gewest wordt niet gecapteerd in deze cijfers. De cijfers over de Brusselse CCS kan je lezen in deze publicatie

    Een langetermijnvisie voor aanvullende financiering en ondernemerschap in de Vlaamse cultuursector

    In 2017 heeft de Vlaamse overheid met de conceptnota Een langetermijnvisie voor aanvullende financiering en ondernemerschap in de Vlaamse cultuursector (pdf) de basis gelegd voor een concreet en performant beleid om  aanvullende  financiering  en  cultureel ondernemerschap te stimuleren. 

    De conceptnota is de formele uiting van een traject dat de afgelopen jaren werd ingezet via onder andere het onderzoek naar de mogelijkheden van aanvullende financiering voor de cultuursector, het sectormoment rond aanvullende financiering en de evaluatie van CultuurInvest

    De conceptnota richt zich tot alle individuele actoren en organisaties die voltijds of deeltijds professioneel actief zijn in de kunstensector (inclusief de film- en letterensector), de cultureel-erfgoedsector en de sectoren sociaal-cultureel volwassenenwerk en circuskunsten. 

    Het doel van de conceptnota is om zoveel mogelijk middelen naar de cultuursector te laten stromen en het marktfalen in het cultuurveld een halt toe te roepen, zodat culturele doelen gerealiseerd kunnen worden. De bijkomende middelen voor cultuur, waarvan sprake in de conceptnota, zijn aanvullend van karakter. Ze vormen geen alternatief voor het klassieke subsidiesysteem. Integendeel, subsidies blijven noodzakelijk ter ondersteuning van  de  culturele  corebusiness  van  de  culturele  organisaties  en voor innovatie, talentontwikkeling, experiment en participatie.  

    De conceptnota ambieert ook een ondernemingsinstrumentarium op maat van de cultuursector  via  een  dynamisch  netwerk  van  relevante  spelers  en  maatregelen zonder marktverstorend te zijn en dat om de brede cultuursector onafhankelijker en ondernemender te maken. 

    De conceptnota concentreert zich op 4 speerpunten: 

    Vragen

    Heb je vragen over aanvullende financiering?
    Contacteer Rita De Graeve of Katrien Devroe.