Overslaan en naar de inhoud gaan
Cultuur Cultuur

Topstukkendecreet

Vlaanderen bezit een prachtige collectie aan roerend cultureel erfgoed dat bewaard moet blijven omwille van zijn bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis.

Met het Topstukkendecreet (Decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang) wil de Vlaamse overheid deze unieke cultuurgoederen beschermen en borgen.

Krijtlijnen decreet

Het Topstukkendecreet zet vijf belangrijke krijtlijnen uit:

  1. Topstukkenlijst: deze lijst bevat alle erkende zeldzame en onmisbare cultuurgoederen waarvoor speciale beschermingsmaatregelen gelden inzake fysische ingrepen en het buiten Vlaanderen brengen.
  2. Restauratiesubsidies: Als eigenaar, bezitter of houder van een topstuk dat opgenomen is op de Topstukkenlijst kan je een restauratiesubsidie aanvragen voor elke fysische ingreep op dit beschermd voorwerp. Die subsidies kunnen maximum 80% van de kosten voor conservatie en restauratie belopen.
  3. Toelating voor het buiten Vlaanderen brengen van topstukken: Om topstukken buiten de Vlaamse Gemeenschap te brengen, heb je een toelating nodig. Deze toelatingsplicht geldt zowel voor de roerende goederen en verzamelingen die werden opgenomen in de Topstukkenlijst, als voor de roerende goederen en verzamelingen die niet in deze lijst werden opgenomen maar wel beantwoorden aan de criteria ‘zeldzaam en onmisbaar’ van het Topstukkendecreet.
  4. Certificaat van niet-bescherming als topstuk: Als eigenaar of gemachtigde van een cultuurgoed of verzameling kan je aan de Vlaamse Overheid een certificaat van niet-bescherming als topstuk aanvragen. Dit certificaat geldt als een officiële bevestiging dat het roerend goed of de verzameling waarop dit certificaat betrekking heeft geen topstuk is in de zin van het Topstukkendecreet. Een certificaat van niet-bescherming als topstuk blijft geldig tot 10 jaar na de datum van uitgifte.
  5. Buiten Europese Unie brengen van erfgoed: Zowel voor topstukken als niet-topstukken blijft de Europese Verordening nr.116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen  van toepassing. Indien het roerend goed of de verzameling onder één van de vijftien gespecifieerde categorieën valt, dan is steeds een EU-uitvoervergunning vereist.

De Raad voor het behoud van het roerend cultureel erfgoed (de Topstukkenraad) adviseert de minister over de toepassing van het Topstukkendecreet.

Decreet en uitvoeringsbesluit

Toelichting

Inbetalinggeving van cultuurgoederen ter voldoening van de erfbelasting

 

Regelgevend kader

Artikel 3.4.3.0.2. van het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd op 19 december 2014, stelt dat iedere erfgenaam, legataris of begiftigde “kan verzoeken de erfbelasting geheel of ten dele te betalen door de afgifte van kunstwerken waarvan de Vlaamse Regering op eensluidend advies van een bijzondere commissie erkent dat ze tot het roerend cultureel erfgoed van het Vlaamse Gewest behoren of dat ze internationale faam genieten."
 

Een aangepaste regeling voor topstukken

In 2006 deed Universiteit Hasselt onderzoek naar een regeling voor de invoering van een vrijstelling van successierechten voor het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang (= topstukken) en tot wijziging van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang (het Topstukkendecreet).
Lees het onderzoeksrapport

Het bovengenoemde decreet van 13 december 2013 biedt dus de mogelijkheid tot inbetalinggeving van cultuurgoederen om de erfbelasting te betalen. Dat biedt perspectieven voor nieuwe beleidsinitiatieven rond successierechten voor Topstukken.